|
|
DOS & DON'TS
GERELATEERDE ARTIKELEN
|
||||||||||||||||||||||||||||||||
EEN FRAGMENT UIT DE DOOD VAN BUNNY MUNRODe dood van Bunny MunroNick Cave. Uitgeverij J.M. Meulenhoff. ISBN 978 90 290 8479 6. Paperback, 272 pagina’s. Verkoopprijs € 18,95. Vertaald uit het Engels door Paul Witte. Vanaf 9 september 2009 verkrijgbaar in de boekhandel. 14 oktober 2009: ‘Een avond met Nick Cave’ in Theater Carré (kaartverkoop vanaf half september). DOOR NICK CAVE ILLUSTRATIES DOOR J. PENRY
In de Sint-Nicolaaskerk in Portslade wordt een simpele kerkdienst voor Libby Munro gehouden. Bunny en Bunny Junior staan in de kerk, het hoofd gebogen. Ze dragen gloednieuwe zwarte pakken die Bunny naast elkaar hangend in de verder lege kledingkast in zijn slaapkamer heeft aangetroffen. Op de bon die hij in het colbertzakje aantrof zag hij dat Libby de pakken twee dagen voor haar zelfmoord bij de Topshop op Churchill Square heeft gekocht. Wat had dat nou weer te betekenen? Iedere dag werd een nieuwer, maffer en droeviger aspect van Libby’s verscheiden bekend. Een buurvrouw vertelde dat ze had gezien dat Libby een paar dagen voor haar dood vellen papier verbrandde en vanaf het balkon naar beneden liet dwarrelen. Dat bleken later liefdesbrieven te zijn die Bunny haar had geschreven voordat ze getrouwd waren. Hij vond kleine, verbrande restanten onder het trappenhuis, tussen de spuiten en de condooms. Wat was er in haar gevaren? Ze moet gek geweest zijn. Pastoor Miles, een verwijfde man met een geweikleurig gezicht en een stapelwolk van wit haar rondom zijn schedel, spreekt zijn grafrede met zo’n pneumatische fluisterstem uit dat Bunny moet reikhalzen om hem te kunnen verstaan. Hij omschrijft Libby als ‘levenslustig en bij iedereen geliefd’ en even later als ‘onbaatzuchtig en grenzeloos genereus’, zonder ook maar één keer aan haar ziekte en haar daaraan gerelateerde wijze van heengaan te refereren, behalve dan dat hij zegt dat ze zich ‘vroegtijdig bij de engelen heeft aangesloten’. Bunny neemt de schare wat beter onder de loep en ziet, aan de andere kant van het gangpad, een klein aantal van Libby’s vriendinnen op één kerkbank samengepakt. Patsy ‘Slechte Vibraties’ Parker werpt zo nu en dan een beschuldigende blik op Bunny, maar Bunny verwacht ook niets anders. Patsy Parker heeft Bunny nooit gemogen en maakt hem daar bij iedere gelegenheid die zich voordoet op attent. Patsy is klein, heeft een overontwikkeld achterwerk en draagt, teneinde haar geringe lichaamslengte te compenseren, vrijwel altijd enorme hakken onder haar minuscule, onderontwikkelde voetjes. In die gevallen dat ze wél bij Libby langsging, liep ze altijd op een weerzinwekkend en gedecideerd drafje door de gang, waardoor ze Bunny aan een van de drie biggetjes deed denken, waarschijnlijk het biggetje dat zijn huisje van bakstenen maakte. Dit is vooral vermeldenswaardig omdat ze Bunny in een nijdige buinadat ze had gehoord dat hij pornografisch getint commentaar leverde op die wandelende orgie van nummer 12, Sonia Barneseen wolf had genoemd. Bunny ging ervan uit dat ze de wolf uit het stripverhaal bedoelde, de wolf wiens tong uit de bek hangt en wiens ogen uitpuilen, en vatte haar opmerking als een compliment op. Na die keer gaf hij elke keer dat hij haar zag een imitatie ten beste van ‘Dan blaas ik maar en dan proest ik maar, en zo blaas ik je huisje uit elkaar’. Bunny overweegt even zijn tong over zijn lippen te laten glijden en haar met grote ogen aan te kijken, maar beseft dan met een zekere voldoening dat hij zich niet laat naaien. Naast Patsy Parker ziet Bunny Rebecca Beresford zitten, de vrouw aan wie Libby om het even wanneer refereerde als ‘de oudere zus die ik nooit heb gehad’, haar ‘soulmate’ en haar ‘beste vriendin van de wereld’. Rebecca Beresford praat al jaren niet meer met Bunny, het gevolg van een incident tijdens een barbecue op het strand van Rottingdean waarbij een halve fles Blue Label Smirnoff, een ongaar worstje, haar vijftien jaar oude dochter en een ernstige misinterpretatie van signalen waren betrokken. Dit leidde tot een razernij waarin zelfs een jaar van diep berouw geen verandering wist te brengen. Uiteindelijk kwamen ze zonder het met zoveel woorden uit te spreken overeen dat de enige weg voorwaarts met wederzijdse minachting was geplaveid. Doet er niet toe. Rebecca Beresford werpt van de andere kant van de kerk zijdelings afkeurende blikken op Bunny. ![]() Naast haar zit Helen Claymore, die echt aantrekkelijk is, en ook zij werpt Bunny zijdelings hatelijke blikken toe, maar Bunny kan wel zien dat ze het niet zo meent en dat ze er best zin in heeft. Dat is niet zomaar een mening, dat is een vermelding van een feit. Helen Claymore gaat gekleed in een strak, zwart tweed pak dat iets met haar borsten doet, iets krankzinnigs, het militariseert ze of torpedeert ze, en het doet ook iets met haar achterwerk, iets wat niet van deze wereld is, het bestookt haar achterste met dieptebommen. Helen Claymore is al jaren bezig op deze manier signalen naar Bunny door te seinen, en Bunny ademt diep in en veroorlooft het zich zich voor haar vibraties open te stellen, als ware hij een medium of spiritualist of zo. Hij laat zijn fantasie de vrije loop en constateert voor de tigste keer dat hij geen fantasie heeft, dus maakt hij zich een voorstelling van haar vagina. Gedurende een niet nader omschreven ogenblik verwondert Bunny zich: hij ziet haar vagina als een heilige geestverschijning voor zijn ogen heen en weer bewegen, laat de volmaaktheid ervan tot zich doordringen en voelt dat zijn pik zo hard wordt als een gebogen vork of een wichelroede of de hendel van een spoelbakdaar komt hij niet uit. Dan hoort hij sissend gas ontsnappen en als hij zich omdraait ziet hij dat Libby’s moeder, mevrouw Pennington, hem met een blik vol afgrijzen en pure haat recht in het gezicht staart. Ze ontbloot haar tanden zelfs. Op heterdaad betraptdenkt Bunnyen hij buigt zijn hoofd en wijdt zich aan het gebed. De jongen kijkt eerst naar zijn vader en dan naar mevrouw Pennington, glimlacht naar haar en steekt zijn hand op voor een treurige kleine groet. Zijn oma kijkt naar hem, schudt van woede en verdriet haar hoofd en voelt een hevige snik uit haar borst opwellen. Haar man, een knappe kerel die een jaar geleden een beroerte heeft gehad en nu op een rolstoel is aangewezen, tilt zijn verkrampte hand op en legt die op de hand van zijn wanhopige vrouw.
| |||||||||||||||||||||||||||||||||