|
|
DOS & DON'TS
GERELATEERDE ARTIKELEN
|
||||||||||||||||||||||||||||||||
VUURDRAAD
Wekker-ringtones op mobiele telefoons zijn in de regel overweldigend in hun kilheid. En vals, niet te vergeten. Dat ontdek je iedere dag weer opnieuw terwijl je probeert je door de ganja van de vorige avond aan elkaar gelijmde ogen te openen. Het kan toch niet de bedoeling zijn om dat geluid dagelijks een keer of acht te beluisteren! Waarom lig ik in mijn bed en ben ik niet al drie uur lang bezig met mijn muzikale carrière? Ik zou nou eindelijk wel eens willen weten hoe funky de combinatie van mijn lange vingers en mijn met opgekropte emoties gevulde ziel nu eigenlijk is. “Wat does your soul look like?”, wilde DJ Shadow weten. Dat weet ik heel goed en vooralsnog probeer ik dat zielletje te luchten door soms wat voor dit vieze blaadje op papier te zetten. En toch, de ideale manier om tot een nietsontziend en ongekend opluchtend emotioneel klysma te komen is een hoogstpersoonlijke uitbarsting van rock & roll, ultrajazz en megafunk in de breedste zin van de woorden. Maar ach, zo denk ik al jaren in een strikt gesloten circuit. Volgende week ga ik naar Bristol om daar een bloedmooie gitaar, een dierbaar bezit van mijn bloedmooie vriendin, op te halen. Daar mag ik het dan op gaan leren: misschien vind ik daar een uitweg. Maar ik weet nu al dat ik in de hoofdstad der ciders-met-hoog-alcoholpercentage naar iets anders zal talen. Bovendien is het ook nog eens de thuishaven van Benga, Joker en Pinch, energieke geestesvaders van klassiekers in een basbrommerig springgenre dat in de verte afstamt van Jamaicaanse dub. Wat een slappe vent ben ik ook. Ik moet verdomme gewoon een keer wat stromingen afvinken en ergens voor kiezen zonder daar binnen tien seconden weer op terug te komen. Dat lijkt helaas simpeler dan het is, want terwijl mijn ziel onophoudelijk blijft bloeden, beschik ik over weinig geduld en discipline. Maar de tijd dringt. Mijn spieren en botten worden met de dag ouder en daardoor stram en minder soepel. Ik voel me in het nauw gedreven. Wat zijn de opties? Hoe kan ik zo gemakzuchtig mogelijk mijn ziel blootgeven? Vaak denk ik bij het horen van op zich hyperextatische muziek: “Tsss, dat kan ik ook!” Calypso, funky folk uit de Cariben, komt als eerste bij me op. Zwoele shit die dicteert dat je goedkope, smaakpapilverneukende prosecco uitspuugt, drie glazen cachaça of mezcal achterover slaat en met je billen gaat schudden. Lekker hoor. En het grote voordeel is dat je het jezelf als Calypso-muzikant lekker makkelijk kan maken: gewoon een beetje geil op een koebel rammen. Ik ga morgen (mañana) maar eens bellen met Krea: kijken of ze daar niet een cursusje aanbieden. Want het enige verschil tussen de Jostiband en grote spelers als Cortijo y Su Combo of Stone Alliance is de reden waarom ze weinig bewonderenswaardigs klaarspelen: Jostibandcoryfeeën kunnen zich niet concentreren omdat ze door van alles en nog wat worden afgeleid terwijl hun collega-vedetten van bovengenoemde bands uit Nuyorica geen maat kunnen houden omdat hun ogen gericht zijn op asses wigglin’ and titties jigglin’. Bij beide typen bands lopen de bas en de rest van het ritmesectie nou niet bepaald synchroon. Je hoort jezelf denken: “Is dit eigenlijk wel funky? Jahaaa, je ziet die billen toch schudden!” Ahem, even ontnuchteren nu; we moeten het spectrum van gemakzuchtige zielsejaculaties natuurlijk wel even grondig en nietsontziend aftasten. Rammelpunk is namelijk ook best goed te doen voor luiwammesen. Daar kun je die koebel zo op het eerste gezicht ook wel in kwijt. Zolang je punk niet te mooi en hoogdravend à la Wire wilt laten klinken kun je het genre best binnen een paar uur onder de knie hebben. Als de dame die bij Yo La Tengo achter het drumstel zit op verzoek van het Bimhuis-publiek op stel en sprong de door haar nog nooit aangeraakte basgitaar durft te bespelen moet een totale beginner op diezelfde termijn ook de concurrentie aandurven met ons aller favoriete polderpunkbandje van matig niveau uit Friesland dat onder de naam Suicidal Birds opereert. Die moppies van formaat rammelen en schreeuwen er gruwelijk lelijk op los maar ik kan me voorstellen dat je, wanneer je door iets afschuwelijks bent getroffen en niet naar Slachtofferhulp Nederland gaat, maar in plaats daarvan punk gaat raggen, nog veel oprechter overkomt. Het is dus een kwestie van óf naar Copacabana gaan om op een koebel te slaan, óf wachten op een vreselijk noodlot en zo snel mogelijk in een punkband gaan spelen (al dan niet op een koebel). Zo kom je tot een zielsontlading van formaat. Ik denk dat ik, wanneer het ooit zover komt, ga voor de Calypso-variant. Mind you, in afwachting op dat magische moment zit ik voorlopig nog als vanouds met potdicht geplakte ogen achter een kil beeldscherm. CHRISTIAAN DE WIT
| |||||||||||||||||||||||||||||||||