|
|
DOS & DON'TS
GERELATEERDE ARTIKELEN
|
||||||||||||||||||||||||||||||||
GENETISCHE GEZONDVLOEDDe frontlinie van gemuteerd voedsel
DOOR FREDERICK KAUFMAN FOTO’S DOOR JAMES ORLANDO
Voor 50 dollar per uur stelt de UC Davis Plant Transformation Facility, een van de meest vooraanstaande labs voor genetische modificatie in de VS, zijn diensten ter beschikking aan iedereen met een schoteltje DNA, een stuk groente en een mutantendroom. Hier worden doordeweekse producten uit het groente- en fruitschap omgebouwd tot verbeterde soorten. Er vonden al meer dan 13.000 “transgene ingrepen” plaats. Dat is de naam die moleculaire biologen gebruiken voor het pompen van DNA van de ene levensvorm in de andere. Ik zakte onlangs af naar Yolo County in Californië, om een van de recente successen van het lab te onderzoeken: moleculaire embryo’s van pitloze Thompson-druiven, versterkt met de genen van een kwal. Deze druiven worden overal verkocht en ook gebruikt om tafelwijn of wijn in kartonnen vaatjes mee te maken, en deze infusie beschermt ze tegen dodelijke ziektes. Maar zorgt er ook voor dat ze licht geven in het donker. Ik liep over de linoleumvloer van de Robbins Hall, voorbij de groene nooddouche, en stopte net buiten kamer 192. Achter de gesloten deur stelde ik me een kring van gevaarlijke wetenschappers voor die koortsachtig en met bezweet voorhoofd menselijke ledematen probeerden vast te hechten aan de stam van een citroenboom. Op het infobord naast de deur had iemand in grote letters de woorden “NIETS IS ECHT” geschreven. Dat is duidelijk. Ik duwde de deur open en liep naar binnen, waar David Tricoli, de manager van de faciliteit, mij met zachte stem te woord stond. Tricoli heeft in de loop van zijn carrière al gewerkt met transgene meloenen, transgene pompoenen en transgene courgettes, om nog maar te zwijgen over transgene alfalfa, kersen, sla, rijst, tabak en walnoten. “Ik ben een groot voorstander van biotech-voedsel, en we doen veel onderzoek naar plantaardige stamcellen,” vertelde hij mij. “Het is een doelgerichte manier om planten te verbeteren.” Voor Tricoli zich begon bezig te houden met de transformatie van planten studeerde hij aan het seminarie. Vanwege zijn godsdienstige achtergrond en zijn opleiding tot priester dacht ik dat hij zich misschien wel zou kunnen vinden in de morele en spirituele vragen die sommigen hebben bij de stille massaproductie van een nieuwe generatie groente en fruit, die sterk verschilt van wat de natuur zelf voortbrengt. Is het trouwens niet meer dan normaal om je zorgen te maken over gewassen die wel normaal lijken maar die eigenlijk op dezelfde manier zijn geprogrammeerd, ontworpen en gemanipuleerd als de eerste de beste Cheeto, koetjesreep of iPod? Het is in Amerika nog steeds verboden om de groente en fruit uit het UC Davis lab te verkopen. Hoewel de FDA (Food & Drug Administration) een aantal transgene gewassen heeft bestempeld als “Generally Recognised as Safe”, heeft geen enkele hongerige labassistent ooit een hapje mogen nemen van Tricoli’s genetisch verknipte meloenen, knollen of erwtjes. Niet alleen omdat de planten al het lab uit moeten voordat ze verder kunnen rijpen maar ook omdat geen enkel experiment werd goedgekeurd door de USDA (United States Department for Agriculture), dat verantwoordelijk is voor genetisch gemanipuleerd voedsel. “Ik begrijp waarom sommige mensen misschien bang zijn voor dit soort voedsel,” zei Tricoli. “Maar als je het vastpakt, voelt, kookt en opeet verdwijnt die angst. Binnen twintig of dertig jaar hoop ik dat die angst voorgoed tot het verleden zal behoren.” Dit betekent niet dat de USDA de letterlijke vruchten van Tricoli’s arbeid voor onbepaalde tijd zal blijven verwerpen. De voedselvoorraad telt al heel wat genetisch gemodificeerd voedsel, dat jaren van nauwkeurig onderzoek moest doorstaan voor het werd goedgekeurd. Genetisch gemodificeerde soja en tarwe maken al een tiental jaar deel uit van het normale Amerikaanse dieet. Dat spul zit in alles, van tofu tot Snickers en jij zit er in alle onwetendheid al een hele tijd op te kauwen. Een groot deel van de papaja’s in de supermarkt zijn ook al genetisch gemodificeerd (zoals de Rainbow-, Sunred-, Sunrise-, Sunup-, en Sunsetmerken uit Hawaï). Daarnaast telt de FDA-lijst van goedgekeurd gemodificeerd fruit een pruimensoort, twee pompoenen, elf tomaten, drie bieten, een witlof en een courgette. Zij die meer van dit soort voedsel willen verkopen stellen dat ze de wereldbevolking te eten zullen kunnen geven door nieuwe gewassen te creëren die tegen droogte, overstroming, insecten en onkruidverdelgers bestand zijn. Of juist verbouwd kunnen worden onder hardere omstandigheden dan bij traditionele soorten het geval is, zoals met minder water, in koudere winters of warmere zomers en met meer koolstofdioxide in de atmosfeer. Met andere woorden: genetisch gemanipuleerd voedsel biedt het perfecte antwoord op wat velen zien als de onherbergzame toekomst die het milieu voor ons in petto heeft. Hoewel ze exact hetzelfde smaken denken sommige mensen dat druiven die deels afkomstig zijn van een kwal ongeveer even appetijtelijk zijn als een aardappel met menselijke ogen. Waarom werken sommige mensen dan zo hard om het DNA van een witte druif te laten versmelten met het genetisch materiaal van een slijmerig evolutionair misbaksel? Omdat iets in de samenstelling van een kwal bacteriën bestrijdt die de ziekte van Pierce verspreiden, een ziekte die de Amerikaanse wijngaarden al meer dan honderd jaar teistert en de druivenindustrie tot nu toe ontelbare miljoenen heeft gekost. Onlangs heeft deze ziekte een groot aantal wijngaarden in het zuiden van Californië en Texas uitgedroogd, en er wordt nu vooral gevreesd dat de epidemie zich zal uitbreiden tot de Napa Valley, die in 2008 de op één na grootste oogst van Thompson-druiven voortbracht. Er bestond geen middel tegen de ziekte van Pierce tot een consortium van druiventelers Tricoli daar de opdracht voor gaf. Hij bedacht een manier om het druivenembryo in te enten tegen de Xylella fastidiosa-bacterie, het actieve element van de plaag die het vasculaire weefsel van wijnstokken aantast. In het verleden zou het boeren en tuinbouwers tientallen jaren van acclimatisatie en selectieve teelt gekost hebben om zo’n resistente druif te ontwikkelen. Daarbij zouden de gezondste ranken worden gekruist, geënt en (als men volledig tevreden was met het resultaat) gekloond. Archeobotanisten hebben ontdekt dat het boeren tussen de driehonderd en duizend jaar heeft gekost om maïs te perfectioneren en meer dan duizend jaar om tarwe te acclimatiseren. We kunnen vandaag de dag slechts gissen hoe lang het geduurd moet hebben om een kersenboom te verfijnen, maar genetische modificatie biedt het potentieel om het groeipercentage te maximaliseren en planten zo goed als immuun te maken tegen een waaier van uiteenlopende ziektes. Uiteindelijk komt dat erop neer dat boeren voor minder geld en in verschillende klimaten meer zullen kunnen verbouwen.
| |||||||||||||||||||||||||||||||||