NIEUWSBRIEF



DOS & DON'TS

Suicide gets better with age (the band). Comments/Enlarge | See all


They can repeat any dialogue from any DVD boxset ever released in the history of sitting on the couch and merging disgustingly into the same sweaty delivery pizza sweating, cat litter stinking, 8 years into this and still no kids, crazed relationship of a catastrophe of disappointment. Comments/Enlarge | See all






GERELATEERDE ARTIKELEN

LITERATUUR
STRANGE AND STRANGER—THE WORLD OF STEV...
STEPHEN SHORE
In 1998 schreef Stephen Shore The Natu...
EEN DAME DIE UROLOOG IS
Er bestaat dus wel degelijk een heel cute...
LITERATUUR
Door Ramon Kailani





BERNHARD WILLHELM


INTERVIEW DOOR TOM LITTLEWOOD
FOTO’S DOOR TANJA KERNWEISS

 

De Duitse ontwerper Bernhard Willhelm is de meester van de gestoorde mode—zo kleedde hij in het afgelopen jaar mannen aan als cartoonversies van de prins op het witte paard en stuurde hij vrouwelijke modellen de catwalk op met kettingen gemaakt van hotdogs, terwijl er snorretjes en teksten op hun gezichten waren getekend met een dikke, zwarte stift. Zijn modeshows zijn eigenlijk een soort installaties van conceptuele kunst, maar dan met gevoel voor humor. En hoe absurd zijn creaties ook mogen zijn: we willen het allemaal dragen. Eigenlijk waren we een beetje verbaasd toen Bernhard best normaal bleek te zijn.

Vice: Hé Bernhard, fijn dat je met ons af kon spreken. Je zal wel ontzettend druk bezig zijn met je nieuwe show.

Bernhard Willhelm:
Klopt, maar Vice is een van mijn favoriete tijdschriften. Ik lees het altijd als ik op de WC zit.

Mooi. Daarvoor is Vice ook bedoeld. Je was net allemaal kleine, papieren poppetjes aan het uitknippen. Gaat het wel goed met je?

Oh, weet je, het is allemaal erg stressvol nu. Onze eerste show in Berlijn komt eraan, en dat is min of meer op vrijwillige basis. We willen ons werk laten zien, omdat de Duitsers echt geen idee hebben van wat wij aan het doen zijn. Ik verliet Duitsland al toen ik 18 was.

Ja, waarom eigenlijk?

Dat gebeurde gewoon. Het was denk ik een culturele overweging. Er zijn veel dingen aan Duitsland en de Duitse cultuur die me niet aanstaan.

Ga door...

Nou, ik vind dat iedereen in Duitsland zo op safe speelt. Altijd als ik er kom, realiseer ik me gewoon hoeveel onzekerheden de mensen daar hebben. Ze hebben minder overtuigingen en ballen dan je je kunt voorstellen. Ik besloot dat ik niet op safe wilde spelen, en daarom heb ik me nooit echt thuis gevoeld in Duitsland.

Je bent nu al meer dan tien jaar onderweg en aan het werk. Dat moet een behoorlijk intens decennium geweest zijn.

Ha, tien jaar alweer. Wie had dat gedacht? Ik probeer nu een beetje gas terug te nemen. Ik heb er altijd tot aan mijn nek in gezeten. Dat is natuurlijk mijn eigen schuld en ik vind dat ook veel beter dan lui zijn, maar je moet jezelf natuurlijk ook niet altijd tot het uiterste drijven.

Wat is er gedurende jouw tijd veranderd in de modewereld?

Het is vooral nog steeds hetzelfde gezeik als je nieuwe dingen voor elkaar probeert te krijgen en een nieuwe collectie aan het maken bent. Er is nooit genoeg geld weet je, dus je moet alles met beperkte middelen maken. Dat is het motto. Maar het is ergens ook goed als niet alles je zomaar komt aanwaaien. Als dingen moeilijk zijn moet je op zoek gaan naar andere oplossingen, en vaak zijn juist dat de beste ideeën.

Willhelm’s herfst/winter 2009/10 show voor mannen in Berlijn had een soort ski-thema en bestond uit verschillende installaties met behaarde mannen. Er was een levensgroot plastic paard, een paar vleugels die aan het plafond hingen en verschillende jongens in boten met ski’s aan. Het middelpunt van de show was een wandschildering die Bernhard aan het maken was terwijl iedereen naar de modellen keek. Om in het thema te blijven gebruikte hij aangepaste ski’s met verfborstels aan het eind om zijn meesterwerk te maken. Hier zien we verder nog een model in een miniatuurreplica van de Eiffeltoren, en een ander model dat de hele show vastzat in een kooi van bamboe. Zijn gezelschap was een gigantische sneeuwman en een dronken kabouter. 

Maar vind je het niet moeilijk om altijd maar met iets origineels te komen? In jouw vak wordt er van je verwacht dat je steeds iets nieuws laat zien, en dat legt een hoop druk op jou als ontwerper.

Mode bevindt zich natuurlijk in een breed spectrum, van Vice tot Vogue, en ik moet er op een professionele manier mee omgaan. Persoonlijk vind ik dat je niet iedereen blij moet willen maken en dat je knopen moet doorhakken. Als je dat niet doet dan ben je niet goed bezig. Het is heel belangrijk om een sterke collectie te creëren die boven alles uitsteekt—inclusief je eerdere werk.

Heel vaak zit er een progressie in het werk van een ontwerper die zo voor de hand ligt dat je het vier of vijf seizoenen eerder al had kunnen voorspellen. Maar elke keer als jij met iets nieuws komt, lijkt het wel alsof je je eerdere collecties bewust hebt losgelaten.

Mensen zeggen vaak dat er geen echte samenhang zit in wat we doen en dat we van de hak op de tak springen, maar dat spreekt me juist aan. Het is een uitdagende speurtocht om niet de hele tijd maar stil te staan.

Klinkt chaotisch.

Die chaos in mijn leven heb ik geaccepteerd. In feite gaat het gewoon om karakter. Het is jouw keuze om te accepteren wie je bent.

Schenk je veel aandacht aan wat andere ontwerpers om je heen aan het doen zijn?

Nee. De invloed van je omgeving op je uiteindelijke ontwerpen wordt echt overschat. Ik vind dat de beste collecties tot stand komen door ’s ochtends op te staan, aan je bureau te gaan zitten en gewoon te beginnen met werken. Dat is mijn protestantse werkethiek denk ik. Ik bedoel, mijn moeder roept me ‘s ochtends nog steeds en vraagt me dan: “Zo, wat ga je doen vandaag?” Luiheid wordt me niet vergeven.

Kun je me vertellen hoe je in de jaren negentig bij de Antwerpse Academie bent beland, met Raf Simons en Ann Demeulemeester? Jullie werden toen gezien als de revolutionaire nieuwe stroming van designers.

Zo was het helemaal niet. Toen ik daar begon was er een bepaald gevoel dat de academie wel eens groot zou kunnen worden. Daarvoor was het gewoon een lullige Vlaamse school, waar de regen door het plafond de klaslokalen binnendrupte. Van de ene op de andere dag werd ik assistent van Dirk Bikkembergs, met wie ik heel veel tijd doorbracht. In die tijd heb ik veel mensen leren kennen waar ik veel mee omging. Ik stond toen eigenlijk nog ingeschreven bij een technische school in Berlijn, maar ik verhuisde naar Antwerpen vanwege deze vrienden en de jonge docenten die les gaven op de academie. Daarna begon die hele Belgiëhype, en tegenwoordig kun je elk Vlaams designerlabel in elk klein gehucht op het platteland kopen. Toen werd het tijd om daar weg te gaan.



Ik wilde nog vragen naar je training. Je bent begonnen met werken bij Alexander McQueen en Vivienne Westwood.

Ja, Andreas, de man van Vivienne, is hier toevallig om te helpen met de show.

Is er iets speciaals dat je van hen hebt geleerd?

Zeker. De belangrijkste les die ik van ze heb geleerd is hoe je het vooral niet moet doen. Het was bizar om de dochter van een Londense taxichauffeur zomaar te zien veranderen in een mode-icoon. Ik heb geluk gehad dat ik daar onderdeel van uitmaakte. Ik heb nog altijd veel vrienden uit die periode, en ik respecteer de mensen met wie ik toen werkte omdat ze nog altijd bezig zijn. De modewereld heeft last van een hardnekkig korte termijn-geheugen. Als mensen beginnen, dan doen ze meestal maar twee of drie seizoenen mee en daarna is het over.

En waarom ben jij er dan al zo lang?

Het duurde een tijdje voordat ik me realiseerde dat niet iedereen alles even mooi vindt als je zulke extreme dingen maakt. Maar tegelijkertijd creëer je daardoor je eigen genre, en dat maakt het werk een stuk makkelijker. Toch blijft het zwaar. Ik doe zes collecties per jaar, en het houdt eigenlijk nooit op.

Kun je uitleggen wat je bedoelt met ‘je eigen genre’?

Daarmee bedoel ik dat mensen je werk waarderen en het uiteindelijk zullen steunen. Dat is altijd een korte termijn-oplossing, en daarom moet je constant op zoek zijn naar een nieuw publiek, terwijl je het oude publiek tevreden genoeg houdt om bij je te blijven.

Heb jij altijd een bepaald type voor ogen als jij je kleding ontwerpt? Je modellen zijn altijd erg uniek, zoals Sagat bijvoorbeeld, de Franse porno-acteur.

Nou, ik hou gewoon van porno-acteurs. Dit keer heb ik een nieuwe jongen uit Dresden in mijn show. Veel mensen hebben totaal geen band met hun lichaam, maar voor een porno-acteur is het lichaam een machine. Zo iemand moet met zijn lichaam presteren en dat is iets wat ik waardeer. Voor een ontwerper is het belangrijk dat je je lichaam echt kan voelen en weet wat er daar precies speelt. De meeste mensen proberen hun lichaam te veranderen met kleding, maar ik hou ook van het exhibitionistische. Ik heb genoeg van ingetogen mensen. Mensen weten vaak niet wat ze met hun lichaam moeten doen.



Maar porno-acteurs zijn zich erg bewust van hun lichaam.

Sagat was bijzonder, omdat hij zijn eigen beeld heeft geschapen. Het lijkt een beetje op de manier hoe Pamela Anderson zichzelf heeft geschapen tot de natte droom van elke puberende jongen. Ik vind het interessant om te zien hoe deze mensen zichzelf hebben geschapen zodat ze voldoen aan de fantasieën van andere mensen.

Denk je dat het ooit de richting opgaat van de dunnere Dior-man?

Nee, die jongens zijn allemaal echt te dun. Als ik ze zie, wil ik ze niet aanraken. Ik heb het gehad met dunne jongens in een wit shirt en een zwart jasje. Mijn laatste collectie voor mannen was geïnspireerd op de Renaissance. Ik wilde terugkijken naar hoe kleding vroeger werd gemaakt. Het lichaam was hierbij het beginpunt, en daarna kwam de kleding pas om het mee aan te kleden. Ik moest opnieuw leren hoe ik moest knippen. Het heeft me tien jaar gekost om dat te leren. Mannen waren anders toen, en vrouwen ook.

Als ik denk aan je collecties, dan komt je signature style het meest naar voren in je creaties voor mannen. Ligt je focus op mannenkleding?

Ik geloof dat dat zo in de loop van de tijd is gegroeid. We begonnen met vrouwen, omdat daar het meeste geld lag. Natuurlijk hou ik ook van het ontwerpen van vrouwenkleding, omdat er altijd zo veel meer fantasie bij komt kijken. Na vijf jaar maakte ik toen de beslissing dat ik zelf óók wat wilde dragen. Maar tegenwoordig is het erg ingewikkeld, wegens financiële beperkingen. Ik zeg altijd dat dit de laatste collectie zal zijn die ik maak. Kijk, de ene collectie financiert de volgende. Aan je uitgaven kun je dus zien of het een goede collectie was. Zo simpel is het.


< VORIGE

READ/POST COMMENTS