|
|
DOS & DON'TS
GERELATEERDE ARTIKELEN
|
||||||||||||||||||||||||||||||||
MAX BROOKSINTERVIEW DOOR ANDY CAPPER PORTRET DOOR TARA SINN, MET EEN FOTO DOOR DAN MONICK
Wie ook maar één ruk geeft om de toestand van deze wereld en wil weten wat mensen overkomt in tijden van oorlog en ziekte moet zeker Max Brooks’ World War Z lezen. Het is een fictionele roman, opgebouwd rond de mondelinge overlevering van de zombie-oorlogen, en geldt als één van mijn favoriete boeken van de laatste tien jaar. Ik hoor je al denken: zombie-oorlogenwat ontzettend flauw. En toch is World War Z het soort boek waarvan je bij elke pagina gaat roepen hoe geweldig het wel niet is. Qua horror kan het zich namelijk meten met de beste boeken uit het genre en daarnaast biedt het tussen de lijnen door ook nog eens een onderbouwde visie op overleving, de menselijke natuur en het haarfijne scheidingslijntje tussen beschaving en algehele chaos. Max, de zoon van Anne Bancroft en Mel Brooks, schreef vroeger voor Saturday Night Live. Hij heeft ook The Zombie Survival Guide geschreven en brengt daarvan binnenkort een graphic novel uit. Eigenlijk is Max de laatste nieuwe verslaving voor ingewijde zombiekennerseen groepje dat select volk als George Romero, Tom Savini en Lucio Fulci onder zijn leden telt. Nogal logisch dus dat we een kans op een interview niet zouden laten schieten. Wat dacht jij dan? Vice: Bedankt dat je de even de tijd wil nemen om met ons te praten. Ik ben een geweldig grote fan van je boeken. Max Brooks: Waar bel je vandaan? Londen, Oost-London. Ik bel vanuit Shoreditch, een hele hippe buurt. Ik probeer het voor de geest te halen. Ik heb nog in Londen gewoond. Wat deed je daar toen? Ik werkte aan documentaires voor de BBC, iets over lange treinreizen door Afrika. Dat is nu wel een hele tijd geleden. Wat vond je van Londen? Oh, ik ben echt heel vaak in Londen geweest. Ik heb de stad zien veranderen. Het is wel fijn dat jullie nu helemaal terug zijn! Helemaal terug? Absoluut! Hoe bedoel je? Als een betrouwbare natiestaat annex wereldmacht! Als je nu naar Londen gaat is alles stralend en proper en nieuw. Jullie hebben nu Starbucks! We hebben overal Starbucks. Ja, daar moeten jullie dringend van af zien te komen. Ik wilde je vragen wat het eerste boek was dat je als kind hebt gelezen. Als kind had ik enorm veel last van dyslexie. Lezen was ontzettend moeilijk voor mij, een echte marteling. Ik las nooit tenzij ik absoluut moest, voor school. Welke boeken moest je daar lezen? Oh, de klassiekers, weet je wel. Maar dat was een echte hel. Het was pas tegen mijn 15e of 16e dat ik voor het eerst echt ben begonnen met lezen. Wat dan wel? The Hunt for Red October. Dat was het eerste boek dat ik ooit echt wílde lezen. Vanaf dat moment ben ik totaal doorgedraaid. Toen ik in Londen woonde was er bijvoorbeeld een boekenwinkel met fantasy en science fiction op Holloway Road waar ik zeker honderd boeken moet hebben gekocht. Van welk soort science fiction hield je toen? Ik ben een beetje een snob als het op science fiction aankomt. Voor mij moet het écht zijn en het moet kloppen. Ik hou van science fiction omdat ik graag met de werkelijkheid speel. Eigenlijk was The Day of the Triffids uit 1970 mijn favoriete miniserie in het genre. De Britse versie? Oh ja. Ik vond die serie briljant omdat ze niet zozeer inging op de fantastische wereld van de Triffids maar vooral op wat er zou gebeuren als de hele wereld blind werdde sociale, politieke en economische gevolgen. Dat is waar goede science fiction over moet gaan: over ons. Ik heb veel genoten van de roman door John Wyndham. Oh zeker, dat boek was voortreffelijk. Echt goede sci-fi. Een ander favoriet science fiction-boek van me is On the Beach van Nevil Shute. Dat verhaal is donker en verschrikkelijk, en toch klopt het als een bus. Het gaat over een atoomoorlog die het noordelijke halfrond volledig verwoest. De overlevenden groepen samen in een aantal afgebakende gebieden in Australië. Ze weten dat de straling onderweg is. Het is geen kwestie van of ze zullen sterven maar van wanneer. En wat ik echt goed vond was dat er geen fantasy bij kwam kijken, niet zoals bij Mad Max ofzo. Ik hoor dat er plannen zijn om World War Z te verfilmen. Ja, we zullen wel zien wat ermee gebeurt. Weet je, ik ben er eigenlijk niet zo nauw bij betrokken als de meeste mensen misschien denken. Ik zal het waarschijnlijk allemaal als laatste meekrijgen. Er bestaat zelfs een grote kans dat jij alles al weet voor ik er ook maar iets van gehoord heb. En dat is ook precies hoe ik het wil. Waarom? Wanneer je als schrijver een boek schrijft als World War Z, dan doe je dat met hart en ziel. Als je het dan overhandigt aan Hollywood, dan krijg je een groep mensen die over je werk gaan beslissen. Het wordt kunst door commissie. Daar is niets mis mee, dat is hoe films worden gemaakt. Maar ik wil daar geen deel van uitmaken. Ik heb mijn artistieke moment gehad. Ik hoef niet verder te gaan dan dat. Wat als de film echt ongelooflijk slecht is? Dan is het nog beter dat ik er niet bij betrokken was want dan heb ik er niets mee te maken. In dat geval heb ik hen gewoon het boek verkocht, punt uit. Maar het zit denk ik wel goed want ze hebben echt een bom van een screenwriter ingehuurd. Da’s die gast van Babylon 5, niet? Michael Straczynski. Ja, en ik ben een enorme fan van zijn werk. Voor mij zitten ze dus al op het goede spoor. Je houdt dus van Babylon 5? Oh mijn god, ik was er gek van! Ik ben historicus, en dus ben ik in de eerste plaats een geschiedenisnerd en geen science-fiction-nerd. Ik vind het geweldig hoe ze de geschiedenis van de mens hebben behandeld in die serie. Alles in Babylon 5 had een historische inslag. Dat is wat ik bedoel met geen fantasy: de technologie en de aliens waren goed voor de show, maar het verhaal op zich was echt een verhaal over mensen. Heb je al een paar van de recente zombiefilms gezien? Ik vond 28 Days Later geweldig, echt. Om goede science fiction of goede horror te maken moet je mensen aantrekken van buiten het genre. Ik denk dat mensen die horrorfilms maken vaak vast zitten in hun eigen wereld en hun eigen technieken. Daarom weet je zeker dat je goed zit met Danny Boyle van Trainspotting in de regisseursstoel. Hij is erin geslaagd om diepmenselijke gruwel te vermengen met iets geschifts als… wel het waren niet echt zombies, ze waren besmet, maar je begrijpt wat ik bedoel. Hij heeft de film geloofwaardig gemaakt door echt menselijke personages te gebruiken. Toen ik die film zag dacht ik, “Gaan, Danny Boyle, gaan!” Hij was de eerste regisseur om zombies opnieuw relevant te maken. Vooral wat vandaag betreft, ja. Ze waren ook niet dood, het waren mensen die besmet waren. Dat is de schoonheid van Danny Boyle. Ik vond Trainspotting trouwens één van de beste horrorfilms die ooit gemaakt is. Heb je de remake gezien van Dawn of the Dead? Ja, die was best in orde maar hij kon toch niet echt tippen aan het origineel. Er bestaat een theorie dat studio’s in de nieuwe zombiefilms zouden cateren naar de zogezegd kortere concentratieduur van het publiek. Ik denk dat dat klopt. Ik ben niet zo bang voor die snelle zombies. Voor mij illustreert het verschil tussen snelle en trage zombies het verschil tussen angst en benauwdheid. Angst krijg je wanneer je de dreiging van dichtbij ervaart. Benauwdheid krijg je wanneer je je zorgen maakt over een dreiging die ooit wel eens heel dichtbij zou kunnen komen. Ik vind trage zombies veel enger. Het is zoals het verschil tussen skydiven en diepzeeduiken. Ik ben bijvoorbeeld ooit gaan skydiven… Hoe was dat? Een pure adrenalinestoot! Het was enorm angstaanjagend maar het ging zo razend snel dat ik het niet besefte tot wanneer het gedaan was. Maar bij diepzeeduiken heb je heel wat tijd om na te denken over de verschillende manieren waarop je kan sterven. Dat is het ding met trage zombies: in de originele Dawn of the Dead is er meer dan genoeg tijd om alle geweldige manieren van sterven te overlopen. Als je het moet opnemen tegen snelle zombies, vecht je voor je leven. De adrenaline stroomt door je heen en je krijgt geen tijd om na te denken. Maar bij trage zombies heb je maanden de tijd om je je eigen dood in te beelden. Dus zou je kunnen zeggen dat filmmakers die trage zombies gebruikten hun publiek een tikkeltje slimmer achtten. Misschien, maar in die tijd was het ook minder commercieel allemaal. Ik weet niet hoe het er in Groot-Brittannië aan toeging maar in de jaren 80 werden in Amerika steeds meer grote studio’s opgekocht door bedrijven die nog groter waren. Ineens kreeg je filmmakers die zich moesten verantwoorden bij bedrijfsbonzen die nog nooit een film hadden gemaakt, een beetje zoals toen ik voor Saturday Night Live schreef. Eigenlijk werkte ik toen letterlijk voor General Electric. Technisch gezien was Lorne Michaels dus niet mijn baas, dat was eigenlijk iemand die auto’s en atoomwapens maakte. Hoe was dat? Well, ik ben aangeworven kort na 9/11. Ik kende George Shapiro, de manager van Jerry Seinfeld. Hij had mijn werk gelezen en zei, “Jij hebt het. Ik ga dit doorspelen aan Lorne Michaels.” En ik zei, “Da’s geweldig, doe maar.” Daarna kreeg ik een telefoontje van iemand die zei, “We hebben uw werk doorgenomen en Mr. Michaels zou graag met u werken.” En ik zei, “Wie is dit eigenlijk?” Maar ik ben dus op een vliegtuig gestapt, heb Lorne ontmoet en hij zei dat hij vond dat ik de show iets kon bijbrengen. Ik had dus het geluk om daar voor twee seizoenen te mogen werken. CONTINUED MAX BROOKS | 1 | 2 | >
| |||||||||||||||||||||||||||||||||