|
|
DOS & DON'TS
MEER UIT DIT NUMMER
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
HAROLD POLISINTERVIEW EN FOTO DOOR KASPER DEMEULEMEESTER
Dit interview hebben we gedaan voor iedereen dienet als wijgeeft om boeken, schrijvers en de toekomst van de wereld in het algemeen. Het is een interview met Harold Polis, uitgever bij de Belgisch-Nederlandse uitgeverij Meulenhoff/Manteau. Hij schreef dit jaar ook het essay ‘Het Literatuurloze Universum’ waarin hij op een onwaarschijnlijk intelligente, messcherpe en soms ook hilarische manier de toekomst van de boekenwereld uitlegt. Het is het soort tekst waarbij je even alles moet opzij leggen om te kunnen volgen, maar waarvan je het gevoel krijgt dat het toch zo geweldig is om iets te kunnen leren van iemand die echt heel veel slimmer is dan jij ooit zal zijn. We zochten hem op om te praten over de toekomst van boeken in een digitale wereld, het literatuurloze universum aka het einde van de beschaving en het uitgeversleven. Vice: Hoe is het gesteld met de uitgeverswereld in België? Harold Polis: Fantastisch. (lacht) Ja? Ik weet niet of ik u moet geloven. Nee, nee, echt. Een boek is conjunctuurneutraal. Voorlopig blijven we dan ook uit de hele economische storm, we hebben zelfs een zeer goed jaar gehad. Bij Waalse uitgeverijen is dat minder het geval. Wij hebben hier een fond die gelegd wordt door de BV’s, de succesauteurs, en dat heb je in Wallonië niet, waar ze hun shit moeten importeren uit Frankrijk. Zij hebben natuurlijk ook de pech gehad dat er geen Waalse VTM bestaat. Ik hoor de mensen graag bezig die vanuit een of ander moreel superioriteitsgevoel kappen op de VTM, maar uit-eindelijk waren zij het wel die ervoor gezorgd hebben dat de VRT wakker geworden is. Als ik u zo bezig hoor, ziet u nog een mooie toekomst voor uzelf en andere uitgevers. Jazeker. Het is het enige deel van de gedrukte media dat op korte termijn niet moet beantwoorden aan de eisen van de reclame. Er is echt een heel grote toekomst voor ons weggelegd. (lacht) Het enige risico schuilt in de digitalisering, maar daar hebben we het straks nog over, zeker, als we het over het essay hebben? Ja, ik wou er eigenlijk net over beginnen. Ik heb uw essay doorgestuurd gekregen van een vriend, die er in zijn mail had bijgeschreven ‘het literatuurloze universum aka het einde van de beschaving’, waardoor ik de hele tijd dacht dat het een soort doembrief was. Maar nu ik u zo bezig hoor, begin ik te beseffen dat u eigenlijk een boodschap van hoop uitdraagt. Absoluut. Hoezo? Ik ben een onverbeterlijke optimist. Kijk, ik ben oud genoeg om de tijd te hebben meegemaakt dat alles nog analoog was. Als ik me voorstel hoeveel sneller en gemakkelijker ik bijvoorbeeld mijn brieveneditie van Gerard Walschap zou kunnen gedaan hebben als toen al ongeveer de hele Westerse beschaving doorbladerbaar op internet stond... Het wordt echt wel beter, he. Het gemak waarmee mensen met Jan en alleman wereldwijd kunnen communiceren, dat vind iken dat meen ikecht fantastisch. Fantastisch. Je vertelde me net dat jullie magazine wordt vormgegeven in Canada! Leg dat maar uit aan iemand die enkel de analoge tijd heeft meegemaakt. Ik vind het een ongelooflijk voorrecht dit te mogen meemaken. Ok, maar denkt u niet dat het gewoon teveel wordt? Dat de mensen die immense hoop kennis en informatie die voorhanden is niet meer zullen bevatten? Ik merk vooral dat hoe meer die dingen zich ontwikkelen, hoe meer we kunnen. Er zit geen rem op de reikwijdte van een individu. Het gevaar zit in de commercie, digital rights management van de teksten en zo. iTunes, vergeet het. Dat is een eindig verhaal. Uiteindelijk zal het er toch op neerkomen dat het gratis wordt. Hetgeen er in de muziekwereld gebeurd is, dat moet in de papieren wereld nog beginnen. Wij zijn gelukkig beter voorbereid dan de muziekindustrie. Iedereen begint in ijltempo te beseffen dat er iets moet veranderen, alleen heeft niemand een ant-woord klaar. Het Digital Rights Managementsysteem dat we nu hebben, kan er enkel voor zorgen dat het systeem niet ineens implodeert. Het grootste risico is echter dat mastodonten als Amazon alles overnemen. Voor je het weet hebben die alles, en dat soort monopolistische constructies zijn dodelijk voor de variatie die onze cultuur zo nodig heeft. Ik zie dat niet zo meteen gebeuren. U wel? Nee, hoe groot die bedrijven ook worden, ze zullen nooit kunnen doen wat jij ook doet, in een kotteke gaan zitten en iets maken, voor uzelf en anderen, samen met een paar anderen. Dat is onvervangbaar. Als de anarchie verdwijnt uit de gedrukte cultuur, houdt die op interessant te zijn, en dan houdt het ook op. Daarvoor lijkt het internet me dan toch de perfecte biotoop: niks zo anarchistisch als het net, toch? Iedereen doet zijn ding, enkel de allerbeste dingen halen het. Het grote probleem met het internet is dat het een amorele omgeving is en niemand is opgeleid om het goed te gebruiken. Jij en ik, wij zijn te oud, wij komen nog uit een analoge wereld, maar ik denk dat kinderen vandaag het ook niet leren. Ik denk wel dat dat zou moeten. Als er iets pessimistisch zit in mijn stuk, is het het besef dat grote delen van de wereld die digitale constructie die, je moet het zeggen zoals het is, voor de mensen die nu opgroeien dé poort tot de werkelijkheid is, nog altijd niet ernstig nemen. De overheid moet ervoor zorgen dat mensen iets kunnen vinden op het net, dat ze gewapend genoeg zijn om een stront-artikel te kunnen onderscheiden van iets wat wel enigszins de moeite is. Denkt u dan niet dat het probleem is dat de technologie zoveel sneller evolueert dan het onderwijs, zodat wat de leerkrachten onderwijzen sowieso achterhaald is? Zolang de laatste generatie die volledig analoog is opgegroeid nog leeft, zolang nog niet letterlijk alle babyboomers uitgestorven zijn, valt het nog mee. Wanneer die mensen wegvallen, zal het radicaal anders zijn. Daar ben ik van overtuigd. Het papier zal verdwijnen, en enkel hetgeen op papier een andere dimensie, een ander gevoel heeft, zal nog op papier blijven bestaan: magazines en boeken, maar niet alle magazines en boeken. Spijt u dat? Nee, absoluut niet. Er komt gewoon een nieuwe dimensie bij. Je moet niet denken dat zoiets als de klassieke roman zal kunnen blijven bestaan in een tijd waarin het levensritme zo drastisch veranderd is. De roman is uitgevonden voor 19e eeuwse vrouwen die niets anders te doen hadden dan bij het haardvuur boeken te lezen, terwijl verhalen daarvoor in feuilletons in dagbladen verschenen. Als het toen kon veranderen, kan dat nu ook. U lijkt me redelijk goed voorbereid op een totale revolutie in boekenland, maar hoe zit dat met al uw collega’s? Het gaat traag. De meesten zijn nog bezig met het voeren van homer-ische discussies, ze vragen zich af of literatuur die niet op papier staat wel literatuur kan zijn. Het doet me denken aan die discussies van twintig jaar geleden over de ‘nefaste invloed van de tekstverwerker op de literatuur’, want, oh ja; als je met de hand schrijft denk je veel meer na over wat je schrijft, en je kan dat aan een tekst zien als die op de computer geschreven is. Flauwekul. Dat soort conservatisme is van alle tijden. Wat denkt u dat de gevolgen zullen zijn van de crisis voor de literatuur? Ik zei al dat boeken conjunctuurneutraal zijn, dus verkopen zullen ze blijven doen, maar er is ook een voordeel aan de crisis. Het is misschien niet eens zo slecht dat mensen opeens het belang van iets immaterieels als een boek opnieuw leren appreciëren. Zelfs als je al geld kwijt bent, heb je nog steeds je kast met boeken. Die kan je nog steeds lezen, je kan erover nadenken, je kan ermee werken. Misschien zitten we daar wel dicht bij de essentie van het menselijke denken. Een boek kan als niets anders de creativiteit en verbeelding van een mens op gang brengen. Zou je kunnen zeggen dat een boek een van de weinige plaatsen is in de wereld van vandaag waar nog plaats is voor magie? Ik verkoop nog altijd leugens. Dat zal zo blijven en die leugens worden niet minder groot, in tegendeel zelfs. Die leugens blijven... fantastisch. Fantastische leugens. Fantastische leugens. Dat zou een mooie titel voor dit stuk zijn. Zijn er nog zaken die u wou meegeven aan onze lezers, nu we hier toch samen zitten? Twee dingen. Eén: dat Europeanen moeten ophouden met zich nostalgisch blind te staren op het verleden. We moeten ophouden onszelf als het Avondland te zien. Onze grootste rijkdom is onze gedeelde ge-schiedenis, onze cultuur. We moeten gericht zijn op de toekomst, zonder het verleden te vergeten. En dan bedoel ik niet dat we er weekendarrangementen met streekgastronomie van moeten maken. En het tweede? Screw it, let’s do it.
| |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||