|
|
DOS & DON'TS
MEER UIT DIT NUMMER
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
CANDY-COATEDDoor Carlton Mellick III
CM3 (zoals hij genoemd wil worden, jammer genoeg) is één van de grootste weirdo’s in de wereld van de bizarro fiction (zoals het genre heet, jammer genoeg). Hij heeft al 24 boeken geschreven en is vooral bekend vanwege Satan Burger en het vervolg daarop, Punk Land. The Haunted Vagina, Adolf in Wonderland en zijn meest recente, The Faggiest Vampire, zijn boeken die wij durven aanraden, zij het misschien niet hardop. Op carltonmellick.com kun je wat voorbeelden vinden van zijn absurde satire en gestoorde surrealisme.
Knob Tyler denkt dat hij de sterkste, stoerste, meest badass motherfucker van de Molenlaan is. Helaas, Knob heeft een lolly als hoofd. Hierdoor is hij niet zo badass als hij denkt te zijn. Terwijl hij door de straat paradeert, zijn witte, mouwloze t-shirt over zijn bezwete schouder gegooid, houdt Knob ervan om zijn borstspieren aan te spannen richting de vrouwen. Altijd als hij ‘vrouwen’ zegt, spreekt hij het uit als ‘frouweuh’. Maar om één of andere reden zijn de frouweuh nooit onder de indruk van de grootte van zijn borstspieren. Ze voelen te veel walging voor zijn bizarre lollyhoofd om iets speciaal op te merken aan zijn spieren. Het lollyhoofd van Knob is zo groot als een bowlingbal, en licht oranje. De smaak van de lolly is Tropical Sensation, een mengeling van ananas, mango en stervrucht. Zijn kleine snoepoogjes, neus en mond staan dicht bij elkaar in het midden van zijn grote, ronde gezicht. Zijn wenkbrauwen krullen altijd naar beneden om te laten zien hoe reteserieus hij wel niet is over shit. Vaak, wanneer de zon hard aan het schijnen is in de Molenlaan, zal het lollyhoofd van Knob beginnen te zweten, wat de lucht met een tropisch zoete geur bezwangert. Deze geur trekt vliegen aan die op de zijkant van zijn gezicht blijven plakken en rond de gaten van zijn oren wriemelen. Knob probeert ze weg te wrijven, maar voor elke vlieg die hij bevrijdt, nemen er drie nieuwe de plaats in. Dit is niet goed om frouweuh te versieren. Wat ook niet goed is om hen te versieren is de groep bebaarde truckers die hem overal volgen terwijl ze aan zijn hoofd proberen te likken. Het is niet makkelijk om frouweuh op te pikken als er bebaarde truckers aan je hoofd aan het likken zijn. Maar je moet weten dat truckers verzot zijn op Tropical Sensation lolly’s. Ze zijn er verslaafd aan. Als ze met hun tientonner over de snelweg rijden, luisterend naar ‘Kansas City Lights’, terwijl ze op een Tropical Sensation-lolly zuigen tot het niets meer is dan een papieren stokje, dan voelen ze zich pas echt in harmonie met het universum. Nu de Tropical Sensation-smaak niet meer gemaakt wordt, kunnen deze truckers dit niet meer. De enige manier om hun tropisch shot te krijgen is door naar de Molenlaan te gaan, naar Knob Tyler toe te sluipen en aan de achterkant van zijn kale lollyhoofd te likken. Maar zelfs deze voorraad Tropical Sensation begint op te raken. Aan een lolly kan niet gelikt blijven worden. Knob heeft geen besef van enig verschil wanneer hij elke ochtend voor de spiegel zijn spieren op- en ontspant. Hij heeft het te druk met te kijken hoe zijn spieren groter worden om te merken dat zijn hoofd aan het verkleinen is. De truckers daarentegen hebben het verschil in grootte wél opgemerkt. En het idee dat zijn hoofd wel eens kan wegkrimpen tot niets heeft golven van paniek door de truckersgemeenschap gestuurd. Knob is een connaisseur van goeie kazen. Vandaag is hij op een kaasproeverij in de chique kaaswinkel op de Molenlaan. Hij heeft een heel klein stukje Raclette Poivre op een tandenstoker vast en knabbelt aan de randen met zijn plakkerige, oranje lippen. De winkel is gevuld met kaasliefhebbers, samengekomen voor de wekelijkse proeverij. Knob paradeert langs besikte mannen in grijze, quasi-nonchalante pakken, taxeert hen even, en gaat verder. Knob weet dat hij de breedste kaasproever in de kamer is. Hij denkt dat dit hem een voordeel zal opleveren tegenover de rest bij het versieren van de frouweuh. Tijdens zijn bezoek aan de kaaswinkel beseft Knob dat de meeste vrouwen in de kamer bij andere mannen staan. Maar dit houdt hem niet tegen om van een afstand te flirten. Hij gaat naar een vrouw met een coltruitje aan die met een besikt mannetje aan het praten is. Vanachter de schouder van de man spant Knob kort één borstspier aan richting de vrouw, alsof het haar een vraag stelt. De vrouw weet dat Knob er staat, maar ze maakt geen oogcontact, dus hij spant zijn spier nog hoger en hoger. Maar de vrouw erkent zijn aanwezigheid niet. Hij wijt het aan het absurde geen hemd, geen bediening-beleid van de kaaswinkel. Hij weet dat ze veel meer onder de indruk zou zijn als hij geen hemd aan had. Knob vindt een glas Nebbiolo en proeft een Piave Vechhio. Hij glimlacht en knikt zachtjes bij wat hij proeft. “Dit is goeie kaas”, zegt hij tegen een vrouw die borstvoeding geeft aan een baby in een draagdoek. Dan kijkt hij naar beneden naar haar blote borst, en trekt hij een snoepwenkbrauw op. De vrouw bedekt het hoofd van haar baby en wandelt weg. Knob haalt zijn schouders op en gaat verder. Nog vijf gefaalde pogingen later besluit Knob zich op de kaas te concentreren. Hij neemt een extra oude Mimoletter, die heel goed samengaat met een Zinfandel of Syrah, zo blijkt. Dan probeert hij de Emmenthaler, en hij proeft bloemen, rozijnen en houtvuur. “Je moét de Banon proberen”, zegt een stem achter hem. Knob draait zich om en ziet een vrouw met kort, blond haar, vierkante brilglazen en een baseballpet. Hij herkent haar van vorige proeverijen. Ze is een van de weinige vaste klanten die hij nog niet heeft proberen te versieren, omdat ze altijd staat te kijken naar oude afleveringen van Flash Gordon op haar iPod en zich nooit bewust lijkt van haar omgeving. Hij heeft haar al uitvoerig bekeken, uiteraard, en vond haar best wel een lekker ding, maar een beetje te plat van voren, naar zijn smaak. “Gerijpt in een kastanjeblad”, zegt ze, bijtend in een stuk kaas op een toastje. Knob kijkt of er iemand achter hem staat, voor als ze het tegen iemand anders heeft. Er staat niemand. Hij tilt één schouder een beetje op en spant traag een borstspier. “Proef eens”, zegt ze, de kaas op zijn gezicht gericht. Knob doet zijn mond open. Ze laat de kaas erin vallen. Hij kauwt en slikt. “Lekker”, zegt hij. In zijn keel schuren de toastkruimels. “Ik zie jou hier altijd”, zegt ze. “Hou je echt van gourmet kazen?” Hij knikt zijn lollyhoofd. “Ik leef voor kaas”, zegt ze. “Ja, ik ook”, zegt hij en zijn borstspieren dansen voor haar. Ze draaien zich terug naar de kaastafel. Knob keurt haar, terwijl zij de kazen onderzoekt. Haar paarse rok fladdert als ze Brie de Nangis op een stukje grof brood smeert. Hij leunt naar haar toe om een beter zicht te krijgen op haar voorkant, wanneer iets de achterkant van zijn hoofd natmaakt. Knob draait zich om. Het is een vlezige, getatoeëerde, dikbuikige trucker die achter hem staat met een stuk Port-Salut op een tandenstoker in zijn hand. Knob werpt hem een dreigende blik. “Wat?” zegt de trucker, zijn lippen aflikkend tussen een weerbarstige grijze baard. Knob draait zich terug naar het meisje. Van alle keren dat een trucker zijn hoofd likte, is dit zonder twijfel de ergste. “Ik heet Alisa”, zegt het meisje, en ze grijpt zijn hand om het te schudden. Met zijn vrije hand voelt Knob aan de natte plek op zijn hoofd en plukt hij een paar grijze haren weg. “Knobert Tyler”, zegt hij, en hij buigt licht voor haar. Zo voorovergebogen voelt Knob nog twee likken aan zijn hoofd. Hij draait zich om. Er staan twee nieuwe truckers achter hem. Deze twee zijn vetter en hariger dan de eerste. Ze lachen hem toe, kauwend op kazen, glazen wijn in de hand. Knob schat de truckers in. De truckers schatten Knob in. Voor ze de kans krijgen hem te confronteren draait Knob zich naar Alisa. Hij weet niet zeker of Alisa heeft gezien dat de truckers hem likten, dus hij besluit te doen alsof er niets is gebeurd. “Probeer deze Stilton”, zegt Alisa, een stukje kaas voor zijn gezicht houdend. Knob opent zijn mond. Op het moment dat hij in de kaas bijt, voelt hij brede tongen over de achterkant van zijn hoofd gaan. Ze wriggelen over zijn zoete hoofdhuid als dikke, vettige slangen. Terwijl de truckers aan zijn hoofd likken, doet Knob alsof er niets aan de hand is. Dit is zijn eerste grote kans om te scoren in een lange tijd en hij wil het niet verknoeien. Hij kauwt op de kaas en knikt bij wat hij proeft. De bebaarde truckers kwijlen hem onder. “Het smaakt naar gember”, zegt hij, ineenkrimpend door de krullende haartjes die de achterkant van zijn nek strelen. “Ja, het heeft iets van mango en gember”, zegt Alisa. Knob weet niet waarom Alisa de truckers nog niet heeft opgemerkt. Hij speelt het cool en hoopt dat zijn dansende borstspieren haar gehypnotiseerd hebben. Veel andere kaasproevers hebben de likkende truckers echter wel opgemerkt en schuifelen, langzaam en beleefd, van hem weg. Knob spant zijn spieren zo hard mogelijk aan om te bewijzen dat hij geen homo is, hoeveel truckers er ook aan zijn hoofd aan het likken zijn. “Vorige keer was er hier een vijf jaar oude Gouda die echt heel goed was”, zegt hij, terwijl een warme nattigheid zijn rechteroor in kronkelt. Knob maakt zich nonchalant los van de wroetende tongen en gaat aan de andere kant van Alisa staan. “Ja, ja”, zegt ze terwijl ze knippert met haar blauwe ogen. “Die was fantastisch. Ik heb er wat van gekocht voor thuis.” Knob voelt opnieuw een lik en hij draait zich om. Het aantal klanten in de kaaswinkel is plots verdubbeld. Meer dan de helft bestaat uit zwaarlijvige truckers die zijn binnengeglipt als waren het sluipende, obese ninja’s. Ze zijn verspreid door de winkel, vermengd tussen de andere kaasenthousiasten. Knob ziet hen naar hem lonken en knipogen tussen twee slokken chardonnay door. “Ze hebben hier altijd de interessantste kazen”, zegt Alisa. Als ze zich wegdraait om meer wijn te nemen, vallen meer dan tien truckers het achterhoofd van Knob aan. Ze houden hem vast bij zijn schouders en likken omstebeurt zo hard ze kunnen. Knob verstijft alsof hij een ijskoude douche krijgt. Hij blijft in een mannelijke houding staan terwijl de truckers hem massaal likken, zodat geen van de frouweuh die het zien denken dat hij homo is. De truckers stoppen met likken zodra Alisa zich terug naar Knob draait. Ze merkt dat zijn oranje hoofd doorweekt is en dat zijn spieren gespannen staan. “Wat is er met jou gebeurd?” vraagt ze. Knob gaat met zijn hand over zijn hoofd, door een laag oranje slijm heen. Alisa onderzoekt zijn hoofd. “Wat is dit?” zegt ze, en ze wrijft over een gevoelige plek op de achterkant van zijn lollyhoofd. Knob voelt aan het stukje waar haar vinger overheen wreef. Er is een knobbel. “Het lijkt op... bot”, zegt ze. Knob voelt het ook. Zijn lollyhoofd is zo hard afgelikt dat het bot is bereikt. “Het is je schedel”, zegt ze. “Je schedel is zichtbaar.” De truckers zien de witte knobbel die uit het oranje snoepgoed steekt. Ze laten hun hoofden hangen in schaamte. Knob friemelt verwoed aan zijn hoofd en vraagt zich af wat er met de rest gebeurd is. De andere kaasenthousiasten huiveren als ze hem zien. “We moeten je naar het ziekenhuis brengen”, zegt Alisa. Ze zet hem op een stoel. Doordat zijn hoofd nu dichter bij het hare is, vangt ze een zweem op van ananas, mango en stervrucht. “Die geur...” Ze vergeet het ziekenhuis compleet en verliest zich in de geur. Dan likt ze aan zijn hoofd. “Is dit...” Ze likt opnieuw. “Tropical Sensation?” Voor Knob haar kan vragen wat ze aan het doen is, likt Alisa nog een paar keer en bijt ze vervolgens hard op zijn hoofd in, dat ze openbreekt tot op het bot. “Het spijt me”, zegt ze, en ze gaat met de rug van haar hand over haar oranje lippen. “Ik heb mezelf het bijten nooit kunnen afleren.” Iedereen in de winkel houdt de adem in. De ogen van zowel yuppies als truckers zijn gefixeerd op Knob en Alisa, hun monden hangen open in afgrijzen bij het zien van het opengebroken lollyhoofd van Knob. In tegenstelling tot zijn hoofd lijkt het brein van Knob op het brein van elk normaal mens, behalve dan dat het een dik kastanjebruin sap uitzweet dat lijkt op een getaande porto. De smaak van zijn hersensappen vermengt zich met de tropische smaak in Alisa’s mond. Ze staart in de verte terwijl ze de kastanjebruine vloeistof over haar gehemelte laat draaien. Dan slikt ze langzaam en glimlacht. De borstspieren van Knob vluchten naar zijn oksels. Hij negeert de pijn zo goed mogelijk, zodat niemand zal denken dat hij een watje is. Maar de aanwezigen letten niet langer op Knob. Hun blikken zijn gericht op Alisa. “Wauw,” zegt ze, “van binnen smaakt het nog beter.” Alisa likt een tweede maal aan het brein van Knob, langzamer deze keer, en probeert het echt goed te proeven. Ze laat het sap rondtollen in haar mond, terwijl ze de complexe smaak in haar mond analyseert. Ze vertelt de menigte wat ze proeft: “Het smaakt naar noten... en het is zoet. Ik proef vanille... rozijnen... tabak... aardbei...” Dan prikt ze een stuk kaas op een tandenstoker en steek het in haar mond. Haar ogen rollen weg in een euforisch genot. “En het is buitengewóón met deze Stilton.” Knob staart de getikte vrouw met open mond aan en vraagt zich af hoe gek ze eigenlijk is, maar de andere kaasproevers lijken eerder nieuwsgierig dan geschokt. “Je moét het proberen”, zegt ze tegen de kaasproevers. De eigenaar van de winkel werkt zich met zijn ellebogen door de massa naar hen toe. Alisa buigt het hoofd van Knob in de richting van de mooi verzorgde sik van de eigenaar. De man laat zijn tong kort over het brein van Knob gaan en likt één enkele druppel op. Alisa steekt een stuk Stilton tussen zijn lippen en de man kauwt. Zijn ogen beginnen te blinken. “Oh, hemel...” zegt de eigenaar. “Ja. Ja!” Hij gebaart over Knob heen naar zijn vrouw. “Dit is fantastisch!” Nadat zijn echtgenote het heeft geprobeerd, zegt ze, “Dit is hemels!” Knob wordt het succes van de kaaswinkel en een succes bij de frouweuh. Iedereen wil aan het brein van Knob likken, vooral de truckers. Er vormt zich een wachtrij die door de hele winkel slingert en tot buiten reikt. Er is geen enkele vrouw in de kamer die niet aan hem wil likken. Het yuppiemeisje met het coltruitje dat hem ervoor nog had genegeerd, steekt nu haar telefoonnummer in zijn zak wanneer haar besikte liefje even niet kijkt. Knob knikt enkel, en spant zijn borstspieren op het ritme van ‘Kansas City Lights’. De truckers heffen goedkeurend hun wijnglazen. Alisa slaat een arm rond de nek van Knob en kust zijn harde snoepwang. “Waarom nemen we geen fles wijn en gaan we niet naar mijn huis?” zegt ze. Knob knipoogt naar haar. Dan worstelt ze zich door de massa naar de wijnafdeling, op zoek naar iets speciaal voor hen. “Score”, zegt hij tegen zichzelf, terwijl de truckers en kaasenthousiasten nieuwe stukken van zijn harde snoeplaag afbreken om de lekkerdere smaak binnenin te bereiken.
| |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||