|
|
|
|
|
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
WALTER PFEIFFER - DEEL 1INTERVIEW DOOR BOB NICKAS PORTRET DOOR MIGUEL FERNANDEZ ![]() Al bijna 40 jaar jaagt Walter Pfeiffer met zijn camera op schoonheid. Zijn werk combineert persoonlijke obsessies met een grote vakkundigheid, al speelt zijn Zwitserse gevoel voor orde misschien ook een rol in de manier waarop hij scènes in beeld brengt, modellen regisseert en foto’s samenstelt. Hij vindt ook altijd iets sexy in het dagelijks leven, dankzij zijn speelse gevoel voor humor en zijn oneindig onvoorspelbare nieuwsgierigheid. Walter gebruikt zijn camera om de wereld rond hem bijna willekeurig vast te leggen. Zijn foto’s waren lange tijd onbekend buiten Europa, maar verschijnen nu steeds vaker in tijdschriften en fotoboeken of op tentoonstellingen, naast Ryan McGinley, Jack Pierson en Wolfgang Tillmansfotografen die een gelijkaardige wulpse stijl hebben. In november gaat in het Zwitserse Winterthur een langverwacht retrospectief van start, vergezeld van een overzichtelijk boek dat door Pfeiffer zelf werd samengesteld. Vice: Zeg eens, welke mooie meisjes en jongens heb je nu weer gevolgd? Walter Pfeiffer: Oh, het zijn er zo veel. Ik ben constant aan het werken, weet je. Vandaag was ik op zoek naar locaties voor i-D. Voor hen wil ik alleen foto’s maken van mensen in superstrak ondergoed. .
Ja, ik zei nog: “Zoek alsjeblieft het strakste.” Waarmee ben je nu bezig? Ik heb het heel druk met die tentoonstelling. Ik moet in november het hele Fotomuseum vullen. In Winterthur? Ja. We zijn al het werk sinds ’71 aan het bekijken, en we zitten nu nog maar bij 1982. Het is zo veel! Ik bekijk nooit mijn negatieven en het is ook zo raar als iemand het voor jou doet. Je ziet zoveel foto’s en je vraagt je af: Oh, is dit echt goed? Mensen die met jou samenwerken gedragen zich eerder als fans dan als curators of redacteurs. Ze willen altijd maar meer zien. Dat klopt. Als je veel werkt, kijk je niet op de juiste manier. Ik bedoel: terugblikken op de jaren ’70 gaat wel, omdat die zo ver weg zijn. Maar de nieuwe dingen zie ik niet. Elke dag ontwikkel ik een nieuwe film, die leg ik dan gewoon opzij. Je kijkt niet naar je foto’s? Niet onmiddellijk, nee. Voor een boek of een tentoonstelling plaats je vaak een foto uit de jaren ’70 of ’80 naast een recente foto. Dat lijkt ook altijd te werken. Je ziet het niet als een oude foto naast een nieuwe. Er is een continuïteit in de manier waarop je naar de wereld kijkt, hoe je de wereld voor je camera opstelt. Mijn kijk op de wereld is altijd dezelfde. Ik heb nu hetzelfde verlangen als toen. Je werk draait vaak om verlangen en je hebt ook altijd échte mensen gevonden om model te staan, lang voor het mode werd. Soms neem ik een oldieeen oude ster, iemand die ik al gefotografeerd heben zelfs als hij niet meer de stijl heeft die ik zoek, kan hij me nog verrassen. In mijn geval is er voor die mensen slechts een korte bloeiperiode. Ze hebben een hoogtepunt van misschien maar twee jaar. Wat bedoel je met ‘hun hoogtepunt’? Als in: ze hebben een zekere look en die raken ze dan kwijt? Het is zoals de maand mei, die duurt ook niet lang. Maar soms krijg ik hen zover om aan interessante mensen te vragen of ik hen mag fotograferen. Dat klinkt alsof je hen vraagt om hun vrienden uit te hoereren. Ja, ja, want op mijn leeftijd is het vernederend zoiets te vragen. Vernederend? Een beetje. Soms werkt het wanneer ik het vraag maar ik ben zo bang dat ze nee zullen zeggen, omdat het zo beschamend is. Ik dacht dat afwijzing gemakkelijker werd met de jaren. Je doet het nu al zo lang en je bent ook zachtaardig en charmant. Je vormt niet echt een bedreiging voor je modellen. Volgens mij speel je daar ook mee, zo van: Oh, ik ben zo onschuldig. Soms vraag ik: “Hey, waarom breng jij je vrienden niet mee?” Of als er iemand mee is, zeg ik: “Hij is echt leuk. Laat hem meedoen.” Je verwijst naar je modellen als je ‘sterren’. Ja, absoluut, maar je kent sterren… Ik zeg altijd: “Ik ben Mister Walter Goldwyn Pfeiffer.” (lacht) Als in Metro-Goldwyn-MayerMGM. Ik weet dat je gek bent op het oude Hollywood. De schoonheid en de glamour, de films en de muziek uit de jaren ’20, ’30 en ’40. Eigenlijk breng je die oude glamour weer tot leven. Dat is een restant uit mijn jeugd. Ik had een eenvoudig leven en we hadden niet veel geld. We hadden geen TV, maar ik kocht wel alle Duitse filmmagazines. Terwijl we alles doornamen voor het retrospectief ontdekte ik een notitieboekje van toen ik 14 was. Er stond een verhaal in waarin ik alles in mijn kamer beschrijf. Best grappig want het gaat vooral over foto’s van Duitse sterren. Dus je houdt al van sterren sinds je een tiener was? Ja. En eigenlijk ben je nog altijd een tiener. Misschien. Ik denk dat het is omdat ik weinig vrienden had toen ik echt jong was. Ik was zo’n beetje een eenzaat. Ergens tijdens de jaren ’80, toen ik veel jongens nodig had voor een jongensboek, dacht ik nog… Je bedoelt het boek The eyes, the thoughts, ceaselessly wandering? Ja, dat boek. Ik dacht toen dat ik misschien wel een tweede jeugd ging beleven. Had je een rijk fantasieleven toen je een tiener was? Ja, want niemand vertelde me over seks of zo. Niets over de bloemetjes en de bijtjes? Nee, geen woord. Op school wist ik niet goed wat ik moest doen. Ik wilde steeds leren tekenen en ik haatte turnen en sport. Ik was altijd doodsbenauwd wanneer we moesten touwklimmen, want ik had geen idee hoe dat moest. Ik deed alles verkeerd en de sportleraar haatte me. Al je jonge modellen poseren gratis voor jou omdat ze graag bij je in de buurt zijn. Eigenlijk heb je nu meer vrienden dan je ooit zou kunnen gehad hebben toen je 14 was. Is dat dan geen zoete wraak? Zei je nu ‘wraak’? Daar denk ik niet echt aan… Ik heb het te druk nu, ik kan niet stoppen. Dat idee van niet te kunnen stoppenen dat bedoel ik niet negatief want het is duidelijk een drijfveer voor je werkje bent blijkbaar geobsedeerd. Ja, min of meer. Zondag is bijvoorbeeld de enige dag waarop ik niet werk. Dan ga ik wat wandelen op het platteland. Het is nu een goed moment om door de bergen te trekken. Het klinkt misschien raar, maar eerder dit jaar was ik de weg kwijt en stuitte ik op een typisch Zwitsers tafereel. Het was avond, ik zag twee jongens elkaar omhelzen en daarna begonnen ze te vechten. Degene die op zijn rug belandt, heeft verloren. Het is een oude Zwitserse traditie, en er is een groot feest verbonden aan dit soort gevechten. Het is zo klassiek en archetypisch. Als je foto’s neemt terwijl je rondtrekt in de bergen, begrijp je dat de bergen er altijd geweest zijn en er altijd zullen zijn. Hetzelfde geldt voor de oceaan. Maar je fotografeert dus ook jonge gastenmensen in de bloei van hun leven. Dat doet mij denken aan The Picture of Dorian Gray van Oscar Wilde. Zolang je het beeld blijft schilderen, of in jouw geval fotograferen, blijft je model eeuwig jong. Dus in feite probeer je het onmogelijke. Het is onmogelijk, absoluut. Wanneer ik modellen zie, 20 jaar nadat ik ze gefotografeerd heb, denk ik: Oooh, wat is er met jou gebeurd? Maar je hebt dan wel twee mensen in één lichaam. Je hebt de persoon voor jou, de oudere persoon, en ook het beeld van de jongere persoon in je hoofd. Weet je, bij de opening zullen ze er allemaal zijn. Hoop ik. Het is duidelijk dat veel van je foto’s geënsceneerd zijn. Je plaatst de mensen, kiest de achtergrond, gaat op zoek naar locaties. Aan de ene kant lijken je foto’s heel echt, ze zijn een weergave van de werkelijkheid en ook heel direct, maar je beseft ook telkens dat het om een totaal samengesteld beeld gaat. Het is alsof je ‘echte’ foto’s aan het opstellen bent. Als het winter is en ik niet naar buiten kan, moet ik hier tussen vier muren werken. Dan heb ik alleen die muur en moet ik iets bedenken waarbij ze niet al te veel poseren, niet al te veel reageren. Ik moet ervoor zorgen dat ze de camera niet opmerken. In de zomer ga ik vaak naar buiten, vind ik een mooie locatie en dan gaan we daarheen. Ik heb een ideetje: boven in de bergen heb je al die skistations met verwarmde openluchtzwembaden. Het is er zo koud in de winter dat je de stoom naar boven ziet kringelen. Waarom ga je daar geen foto’s nemen? Ik had eens vier fantastische jongens en ik dacht dat we wat foto’s in de douche konden nemen. Ik was zo dom dat ik totaal vergat dat het water te heet was en de camera zou bedampen. Een andere keer bracht ik een film naar het lab om te laten ontwikkelen en die hebben ze mij nooit teruggegeven. CONTINUED WALTER PFEIFFER | 1 | 2 |
|
![]() |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
HOME | ARTICLES | DOs & DON'Ts | MUSIC | ARCHIEF | ABOUT |