|
|
DOS & DON'TS
GERELATEERDE ARTIKELEN
FROM THIS ISSUE
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
HOE DE GESCHIEDENIS GESCHREVEN ZOU MOETEN WORDENVolgens Maarten van RossemINTERVIEW DOOR NIELS VAN NIMWEGEN“Vibe Magazine zegt u? Met een B? ...Oh een C... Vice dus? Aha... zonde... nou dat moesten we dan maar doen, hè? Schikt volgende week?” Karakteristieker kan het bijna niet. Na enkele vergeefse mailtjes (“Nee, dat adres gebruik ik niet meer, u wilt niet weten wat voor een absurditeiten ik van de Jonge Fortuynisten en de Nederlandse Klokkenluiderspartij ontvang.”) volstaat een enkel telefoontje om een interviewafspraak met Maarten van Rossem vast te leggen. Hoeveel hij er precies heeft gegeven, weet de peetvader van de Nederlandse deskundologen niet meer precies. In zijn typerende stijlkorzelig en dwars, gekleed in stemmig zwart, maar met een ironische twinkeling in de ogenbecommentarieert hij nu al een jaar of dertig crisissen op polderen op wereldniveau. Zijn vermogen tot relativeren leverde hem al eens de titel Historicus van het Jaar op, al raakten de Hilversumse redacties bij vlagen bevangen door een ware Van Rossem-moeheid. Dit jaar verkeert het bebaarde orakel van Utrecht echter weer in een supervorm en zal hij zich, ondanks zijn naderend pensioen (“zinloze beslissing van hogerhand”) met ouderwets elan op het Amerikaanse verkiezingscircus storten. Vice: U heeft zich in het verleden wel eens zorgen gemaakt over het lot van de ouder wordende historicus. Zijn zucht naar het Grote Gelijk belemmert hem het zicht op de daadwerkelijk beleefde geschiedenis. U nadert inmiddels de magische leeftijd van 65. Had u gelijk? MVR: Ik kijk daar niet anders tegenaan dan een aantal jaren geleden. Als je een historische tekst openslaat dan gaat die vaak over iets als kabinetsformaties, het einde van de Koude Oorlog, de opkomst van het fascisme, de klassieke thema’s dus. Als je nu kijkt naar wat iemand zich daadwerkelijk herinnerthet leven dat je leefdedan komen die twee belevenissen niet met elkaar overeen. Ik heb dat altijd heel zonderling gevonden. Wat mij betreft, zou ik graag zien dat historici wat meer aandacht hebben voor het schijnbaar irrelevante, het alledaagse. Zo werden begin jaren vijftig bij vrijwel alle kinderen de amandelen geknipt. Inmiddels is men tot totaal andere inzichten gekomen, maar dat werd toen als heel gezond gezien. Ik kan mij dat nog als de dag van gisteren herinneren, al was het alleen al omdat ik toen van mijn moeder als troost een koekoeksklok kreeg. Waar zie je vandaag de dag nou nog een koekoeksklok? Heeft u recentelijk nog een koekoeksklok gezien? Spijtig genoeg niet. Dat bedoel ik maar. Het verdwijnen van de koekoeksklok. Ik ben altijd nog van plan geweest daar iets over te schrijven. Een pleidooi voor de kleine geschiedenis? Dat denk ik wel. Ik geef wel eens het voorbeeld van insectenplagen. Mijn vader was entomoloog, en als kleine jongen werd ik vroeger het aardappelveld ingestuurd om Coloradokevers van de aardappelplanten af te halen. Dat was hartstikke belangrijk, werd ons verteld, want die beesten dreigden ons volksvoedsel nummer één op te eten. Slaat u nu maar eens een boekje open over Nederland na 1945 en er is geen Coloradokever te bekennen. Dat geldt ook voor de tapijtkever, die zich zo eind jaren vijftig voor het eerst manifesteert. Hoe kom dat? De welvaart stijgt, dus komt er een kever die het op gaat eten. Dat vind ik toch wel aardig. Ik bepleit niet dat we onze geschiedenis beperken tot het knippen van amandelen en de historie van Nederlandse petroleumstelletjes, maar ik vind dat je het alledaagse leven van de mensen mee moet nemen in de geschiedschrijving.
Met dat in het achterhoofd: Is het na ruim een halve eeuw beleven en doorleven nog mogelijk om één moment te selecteren dat u het meest interesseert?
| |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||