|
|
 |
De Fransen hebben het altijd over hoeveel ze van de Engelsen verschillen, maar wanneer het aankomt op de Parijse mode nemen veel Franse heren momenteel alsnog een voorbeeld aan de Michael Caine uit 1969. We zien verzorgde nonchalance en een strikte kleurencode, die veelal uit zwart, grijs en marineblauw bestaat. De lollige papabrillen zijn over het algemeen hetn toefje op het croissant.
Ook al verlaten Parijzenaars bijna nooit de stad, met hun zware bruine jassen en hun houthakkershirts zien ze er allemaal uit alsof ze zich aan het voorbereiden zijn op een weekeindje platteland. 2008 is ook het revivaljaar van de yacht-rock chic, met een petit vleugje grunge. Ze zien eruit alsof ze Vampire Weekend te gek vinden, maar eerlijk gezegd hopen we van niet, want die band is echt te slecht. Een quotum van tenminste twee tweedehands kledingstukken per outfit schijnt een ongeschreven regel te zijn. Dit is waarschijnlijk een afwijzing van de fascinatie uit 2007 waarin alles wat nieuw was en glom reteduur bleek. Zo werden fluorescerende Nikes bijvoorbeeld vervangen door klassieke laklederen bootschoenen. Het resultaat is een totale minachting voor opvallende kleuren. Natuurlijk zijn, zoals overal op deze aardbol, strakke broeken een absolute blijver.
Lagen van capuchons, simpele sportbroeken en ongestileerd haar zijn de acceptabele looks dit jaar. In principe moet de Parijse jeugd zich knetter-stoned roken en de kast van hun opa’s plunderen eer ze klaar zijn voor een namiddag vol bierre, bon mot en Gauloises. Parijse vrouwen zien er altijd elegant uitmaar op een irritante manier. Afgelopen jaar waren Franse dames opgedirkt als grootmoeders die meedoen aan een theekransje. In 2008 zien ze er eerder uit als de leuke babysitter van de bureneen meisje dat je kan leren in hoge hakken te lopen, maar dat er ook voor zorgt dat je alle opdrachten voor school afmaakt. Ze zien er netjes, gemoedelijk en slim uit. De Fransen zijn een van de weinigen die niet de bonte ‘Girls Just Wanna Have Fun’ jaren ‘80 mode aanhangen. Pluim voor hen. De straten van Parijs zijn over-bevolkt met quasi-artistieke meiden die zwart, houtskool en nog meer zwart dragen. Ze hebben er dan ook geen problemen mee om een beetje geld aan goede wollen jassen, truien en enkellaarzen te besteden. Geen meisje met enig zelfrespect gaat ooit de deur uit zonder een perfect chaotisch
kapsel en een naar opzij vallende pony. Bovendien kan niemand een zwierige sjaal dragen zoals Parijse modepoezen dit doen. |
 |
|