De mensheid wordt in de eerste plaats gekenmerkt door zelfmedelijden. De horige die wordt gemarteld op een communistische boerderij zou best wel eens een macchiato willen drinken in een hip koffietentje. Andersom geldt dat wie in een Mexicaanse Special Economic Zone schroeven in dvd-spelers draait eigenlijk liever in de wei op een madeliefje ligt te kauwen. Het is ook nooit goed.
Dat het platteland zich en masse interesseert voor de stad weet iedereen en blijkt uit veel meer dan alleen de wanhopige pogingen van Engelse tabloidjournalisten om de indentiteit van Burial, de ongekroonde rioolrat van de ‘dubstar’’, te ontmaskeren.
Verbazingwekkender is het hoe uitgestrekt en landelijk muziek die gemaakt is in stedelijke bunkers soms kan klinken. Ik stel me zo voor dat veel aarzelende stedelingen met open mond naar
The Straight Story keken en vervolgens het liefst onmiddelijk, net zoals de bejaarde hoofdpersoon van de film, op een grasmaaier door het Midwesten van de VS wilden trekken. Wellicht heeft de lijkbleke motor achter Anonemeye op een dergelijk moment zijn gruwelijk lelijke en doodsaaie thuishaven Brisbane verlaten om de oneindige leegte van de rest van Queensland eens even een poepie te laten ruiken. Vervolgens werd hij geconfronteerd met het schokkende conservatisme van de plaatselijke redneckbevolking (homoseksualiteit werd er pas in 1992 gelegaliseerd en het was ooit verboden om getooid met een handdoek en zwembroek naar het strand te togen, dat was onfatsoenlijk). Omdat hij daar een beetje misselijk van werd, is hij met de herinnering aan frisse plattelandsmeisjes en doodgereden kangaroes in zijn slaapkamer Hank Williams liedjes zonder snik gaan maken. Dat is werkelijk de enige plausibele verklaring voor deze muur van country en folk met een dikke knipoog naar de gitaarambient van Fennesz.
Misschien komt het door de opkomst van de biologische groenten in de stedelijke supermarkten dat het platteland meer en meer verheerlijkt wordt. Het kan niet anders of de bandleden van Miwa Gemini lusten daar wel pap van want de hooiberg-euforische onwerkelijkheid die ze voortbrengen past in Brooklyn als Jovink en de Voederbietels in de grachtengordel. Als hun verlangen naar saloons, drive-in bioscopen, verroeste benzinepompen en rondtrekkende landlopers nog verder de spuigaten uitloopt dienen ze, afgaande op boerenverstandelijke vermoedens, de Grote Appel zo snel mogelijk in te ruilen voor een op palen gebouwd dorp in de moerassen van Louisana.
Een paar straten verderop in de betonnen jungle woont nog een stelletje plompverloren rock-’n-’roll nostalgisten, om precies te zijn Jon Spencer en Matt Verta-Rey. Met zijn debiele Blues Explosion struint Jon regelmatig de drag queen sociëteiten van New York en San Francisco af. Wanneer het hem een beetje te gek wordt, bijvoorbeeld tijdens de jaarlijkse marathon of wanneer Hillary Clinton in het kader van haar campagne arm in arm met Elton John en Jack Nicholson over Broadway marcheert, toert hij met zijn nieuwe vriend langs talloze midwestelijke bingozalen. Daar sporen ze in de hoedanigheid van Heavy Trash alle aanwezige boerenbondvrouwen aan om helemaal door het dolle heen pirouetjes te draaien, net zolang totdat ze door hun jaloerse kerels aan die schattige knotjes weer terug naar de ranch worden gesleept. Daar krijgen de heren dan weer geheid spijt van, want de rockabilly van deze twee nepstedelingen draait als een stoomtrein ten tijde van de goudkoorts.
Mede dankzij de geavanceerde telecommunicatiemogelijkheden van tegenwoordig hebben recentelijk weemoedige waanideëen met het platteland als centrale thema ook rond Amsterdam hun intrek genomen in een aantal gespleten persoonlijkheden. In knusse en naar inteelt riekende etablissementen zoals Maloe Melo aan de Lijnbaansgracht komen met banjo’s getooide jongens en meisjes tezamen om zich in Nashville, Tennessee te wanen. Orkesten die deze scene levend houden doen dit met vernuftig gebruik van Amerikaans en Vlaams aandoende showbizznamen als The Tennessee Studs, The Daltons en Goesting. Houd ze in de gaten, het zijn de Idolsfinalisten van het volgende decennium.
CHRISTIAAN DE WIT