ONDERGEPISTE TENTJES EN MUF BIERZWEET
NICOLAAS VEUL
Ik staarde naar een leger housezombies die zich massaal overgaven aan de schrale minimalbeat en voor de zoveelste keer hun armen omhoog wierpen voor de DJ. Ik wilde een slok nemen van mijn lauwe biertje, waarvoor ik een uur in de rij had moeten staan, toen een windvlaag mijn eigen misselijkmakende okselstank opwierp. Muf bierzweet. Kokhalzend pleurde ik de plastic beker in de bagger. Ik lag er af en wilde naar bed, maar bij de gedachte dat ik weer in mijn ondergepiste tentje moest slapen, werd ik diep ongelukkig. In een moment van helderheid besefte ik me dat mijn aanwezigheid op dit festival mijlenver afstond van mijn oorspronkelijke beleving van ‘lol’. Een existentiële levensvraag volgde: Wat doe ik hier?
Met een nieuw festivalseizoen voor de boeg wilde ik deze vraag beantwoord hebben. Dus dook ik de boeken in. Van de denkers die iets relevants over het onderwerp hadden geschreven, zoals Aristoteles en Girard, sprak Nietzsche me het meeste aanzijn snor en voorliefde voor hash wonnen me voor hem.
Nietzsche schreef in zijn eerste werk over Oudgriekse festivals en uitbundig feestgedruis in de klassieke oudheid. De Grieken aanbaden de god Dionysus. Hij was de beschermheer van onder meer het theater en het dronkenmanschap.
Dionysus werd vooral vereerd tijdens de Dionysa, een jaarlijks vierdaags, hysterisch theaterfestival. Tussen de ellenlange theaterstukken door roffelden de trommels, dansten mannen verkleed als bokken met enorme voorbinddildo’s op de maat en ging de bezopen meute massaal uit haar dak.
Volgens Nietzsche gaven de Grieken zich dan over aan hun dionysische roes. Het innerlijke beest, normaliter getemd door orde en regelmaat, sloeg zich los en verorberde alles in zijn weg. Opgekropte emoties verdwenen in de dampende massa en intense frustraties werden samen met zure brokken lamsgyros uitgekotst. Dat was volgens Nietzsche een groot goed.
In een ander, totaal onleesbaar boek betoogde snorremans dat het dionysische een belangrijk onderdeel was van de perfecte schepping, de Übermensch. Iemand die zijn emoties en frustraties onderkent en ventileert zal op de gewone mens neerkijken.
Aldus Nietzsche. Ik sloeg zijn boek met een doffe klap dicht en liet mijn kin elegant op mijn hand steunen. Leidde ik helse voetpijnen, vervloekte ik mijn medefestivalgangers en zoop ik liters wodka met een existentiële reden? Ik kraakte mijn hersenpan en het kwartje viel. Waar heb ik mijn pistent gelaten? Dit jaar gaat er geen festival aan mij voorbij.
 Anonymous, on Jun 27, 2009 wrote: Nietzsche is een held! |  | |
| |